De Spaanse Burgeroorlog

De Spaanse Burgeroorlog duurde van 18 juni 1936 tot 1 april 1939 en eindigde met de val van Madrid.
Het begon met de opstand in Marokko, toen een kolonie van Spanje. Binnen een paar maanden ontaardde het in een heuse burgeroorlog.
Je komt als begindatum ook wel eens 17 juni tegen. De bedoeling was de opstand op 18 juni om 12 uur 's nachts te laten beginnen. De commandant van een legerplaats in Marokko rook echter onraad en begon op 17 juni 's avonds navraag te doen. Uit angst dat de opstand daar zou mislukken, begon men alvast maar 's avonds op 17 juni. Dat beginnen bestond in ieder geval uit het vermoorden van officieren die niet mee zouden willen doen.

Koning Alfonso XIII

Maar hoe heeft het zo ver kunnen komen? Tot 1931 was Spanje een koninkrijk met Alfonso XIII als koning.
Spanje leefde begin 1900 nog steeds in de middeleeuwen. Dat wil zeggen, het land was voornamelijk agrarisch en landarbeiders moesten tegen een hongerloontje het werk verrichten. Dat gold ook voor mijnwerkers en fabrieksksarbeiders. Van enige organisatie was geen sprake, als je 16-20 per dag 7 dagen per week moet werken, heb je daar geen tijd voor.
Maar bepaalde personen vonden die tijd wel en die begonnen arbeiders te organiseren. Dat kostte weinig moeite want men was de uitbuiting meer dan zat.

Met de sociale onrust nam ook de roep om onafhankelijkheid van de diverse regio's toe. Met name in de regio's Baskenland en CataloniŽ speelde dit een grote rol.
In 1931 ging koning Alfonso in ballingschap in Portugal. Volgens sommige verhalen zou hij hiertoe gedwongen zijn, andere verhalen vertellen over een vrijwillige ballingschap. Alfonso zou zelfs geroepen hebben dat hij bang was dat hij Spanje in een burgeroorlog te storten.

En zo werd Spanje in 1931 een republiek. Niet dat het daar allemaal beter en rustiger van werd. Er werden verkiezingen gehouden maar met als resultaat dat soms een progressieve partij aan de macht kwam die enige tijd later weer werd vervangen door een rechts-conservatieve regering. Op een bepaalde dag waren er zelfs drie verschillende regeringen.

Mola
Sanjurjo

Spanje was bezig uit elkaar te vallen en twee generaals, Mola en Sanjurjo besloten een staatsgreep te plegen, zo de macht over te nemen en te zorgen dat Spanje een eenheid bleef.
Franco, de latere dictator, was op dat moment gouverneur op de Canarische Eilanden. Hij stond echter in hoog aanzien bij de Moren, een stam in Marokko. Hij had hen diverse militaire overwinningen bezorgd en werd door hen aanbeden. Het leek de beide generaals een goed idee om Franco er bij te betrekken zodat ze gebruik konden maken van de Moren. Overigens zou Franco tot twee maanden na het begin van de opstand nog zijn twijfels hebben gehad of hij wel mee zou doen.

Moren wachten op transport

En zo begon de opstand met het overzetten van de Moren vanuit Afrika naar het Spaanse vastenland. In eerste instantie per schip maar dat werd te gevaarlijk aangezien nog niet de hele marine achter de opstandelingen stond. Met een enkel schot kon men zo een paar duizend soldaten elimineren.
En dus werd Duitsland te hulp geroepen. Hitler verzorgde vliegtuigen die de Moren naar Spanje toe vlogen, een stuk minder riscovol dus.

Hitler heeft het hier niet bij gelaten: er werd meer militaire steun geleverd o.a. in de vorm van het Condor Legioen. Dit bestond uit een aantal bommenwerpers en jachtvliegtuigen die in 1937 deelnamen aan het bombardement op het Baskische plaatsje Gernika (Guernika op zijn Spaans).
De reden voor deze hulp, was dat Hitler graag grondstoffen wilde zoals ijzererts, iets wat Duitsland nauwelijk had en zeker niet genoeg voor het bouwen van de oorlogsmachine. Ook het gebruik van de zware industrie in Baskenland zou Hitler goed van pas komen.
Niet alleen Duitsland leverde militaire hulp, ook ItaliŽ en Rusland deden dat ondanks een internationaal non-interventiepact. Wil de daar meer over lezen, klik dan hier en lees meer over de internationale betrokkenheid.

Zoals gezegd, de burgeroorlog eindigde op 1 april 1939. Vanaf dat moment zou Franco de dictator van Spanje worden en blijven tot aan zijn dood in 1975. Dat hij in 1947 Spanje opnieuw uitriep tot koninkrijk veranderde in praktische zin niets aan zijn dictatuur.

De Spaanse Burgeroorlog is nog steeds bezig zij het niet meer zo bloederig. Spanje is nog steeds verdeeld in pro- en contra-Franco. Wanneer je in Spanje een gesprek wilt beginnen, krijg je steevast de vraag aan welke kant je staat. Is dat de verkeerde kant dan is het gesprek afgelopen.
Bij een bezoek in Spanje is mij tot tweemaal toe een afspraak met oudere mensen afgezegd. De angst om over de dictatuur te praten is nog steeds groot. Oppassen met wie je praat, tijdens de dictatuur kon het verkeerd met je aflopen.