Dit artikel schetst een beeld van gebeurtenissen en situaties in Spanje over een drietal periodes: - de Spaanse Burgeroorlog, de aanloop, verloop en afloop - de periode van het bewind van dictator Franco - de periode na Franco tot heden Het artikel pretendeert niet volledig te zijn, maar moet een indruk geven van deze periode's. Met het uitroepen van de overwinning door Franco op 1 april 1939 eindigde de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939). Het begon op 18 juli 1936 met een militaire opstand in Spaans Marokko die als doel had een staatsgreep te plegen en de regering in Madrid omver te werpen. En zo begon de dictatuur van generaal Franco. Een dictatuur die zou duren tot zijn overlijden op 20 november 1975. Ook een dictatuur die misschien geen totalitair regime genoemd kan worden, maar daar wel heel veel eigenschappen van heeft gehad. De Spaanse Burgeroorlog De aanloop naar de Spaanse Burgeroorlog Hoe heeft die oorlog zo ver kunnen komen? Een oorlog begint niet met het eerste schot. Ergens daar voor is al onrust ontstaan. Hoe ver terug in de tijd moet je gaan om te begrijpen waarom de Spaanse Burgeroorlog er kwam? Eigenlijk kun je eeuwen terug gaan. De bevolking van Spanje was al die tijd onderdrukt en uitgebuit. Aan de macht was feitelijk een elite: grootgrondbezitters en ook de katholieke kerk. Die laatste was overigens ook gelijk de grootste bezitter van land en de macht van de kerk was overal in de maatschappij terug te vinden. Alleen het kerkelijk huwelijk was toegestaan, echtscheiding was dat niet. Ook het onderwijs was in handen van de kerk en geestelijken werden betaald door de staat. Er wordt wel eens beweerd dat zelfs de athesten in Spanje katholiek waren en zijn. Landarbeiders moesten tegen een hongerloon 16-20 werken op het land, evenals mijnwerkers dat moesten in Asturië en arbeiders in fabrieken. Aan het begin van de 20e eeuw was er nog steeds niet veel veranderd. Spanje leefde feitelijk nog steeds in de middeleeuwen. In de landbouw was nauwelijks mechanisatie en industrie was er wel, maar alleen mondjesmaat in de regio's Catalonië en Baskenland.Ook het leger had een hoge status en mag je tot de elite rekenen. Het leger was wel wat uit zijn krachten gegroeid: Op een bepaald moment was er één officier op elke vijf soldaten. Maar in de jaren 20 begon het te broeien in Spanje, er kwam sociale onrust omdat het gewone volk het niet meer pikte. Dat was in andere landen al enige tijd gaande. Aan het einde van de 19e eeuw waren er in diverse westerse landen zoals het Verenigd Koninkrijk en Nederland al veel dingen veranderd op sociaal gebied. Denk ook aan de Russische revolutie in 1917 waar de bevolking het niet langer pikte. Socialisme, communisme en anarchisme begonnen in Spanje vaste voet te krijgen. Het communisme niet in de laatste plaats, omdat het Rusland van Stalin mensen naar Spanje stuurde om invloed te krijgen en uit te oefenen. Stalin maakte handig gebruik van de sociale onrust en zou het wel prettig vinden als zijn invloed in Spanje groot zou worden. Zo zou dat land een soort satelliet staat kunnen worden. Daar zal de controle over de toegang tot de Middellandse Zee en er uit beslist een rol gespeeld hebben. Over communisme en anarchisme. Die twee verschillen in ieder geval in de basis. Waar communisme toch een centraal bestuur vereist, ontbreekt dit bij anarchisme volledig. Iedereen heeft evenveel te zeggen. Daar is natuurlijk veel meer over te vertellen. De altijd aanwezige drang om onafhankelijk te worden begon in de regio's Catalonië, Galicie en Baskenland weer een rol te spelen. Er zijn tenslotte altijd mensen die onrust gebruiken om er zelf beter uit tevoorschijn te komen. Spanje mag dan misschien geografisch één land zijn, wat de verschillende regio's betreft is het dat niet. Het is een verzameling van landjes met toch vaak een hele andere cultuur en mentaliteit. Dat is altijd zo geweest en nog steeds zo. In 2017 werd in Catalonië wederom de onafhankelijkheid uitgeroepen en wederom werd er door de regering in Madrid hard ingegrepen. Of je het daar mee eens bent of niet, het is begrijpelijk vanuit de kant van de regering. Wanneer men die onafhankelijkheid zou accepteren, zou bijvoorbeeld Baskenland de gelegenheid ook aangrijpen, misschien naar Catalaans voorbeeld. In 1931 veranderde Spanje van een monarchie onder koning Alfonso XIII, in een parlementaire democratie. Het stond bekend als de 2e republiek. De 1e was van 1872 tot 1874. Het bleek een totale mislukking en het land werd weer een koninkrijk. In 1931 werd koning Alfonso XIII weggestuurd en ging in ballingschap in Portugal. Volgens sommige verhalen zou hij zelf vertrokken zijn omdat hij, zo zou hij gezegd hebben, "bang was Spanje in een burgeroorlog te storten". Vrije verkiezingen vonden plaats en een linkse socialistische regering kwam aan de macht. Er veranderde veel... - de kerk moest in het vervolg zelf maar zijn priesters betalen. Het onderwijs werd bij de kerk weggehaald (binnen twee maanden openden 10.000 nieuwe scholen). - het burgerlijk huwelijk werd ingevoerd, echtscheiding was nu wel toegestaan. - vrouwen kregen kiesrecht. - landeigenaren werd hun land afgenomen en aan landarbeiders gegeven. - het leger werd gereorganiseerd. Zo'n 8.000 officieren werden naar huis gestuurd. Wel met behoud van hun inkomen, bang als men was voor een opstand. Spanje moest een moderne socialistische staat worden. Dit alles gebeurde in een periode van twee jaar, voor zo ver dat tenminste lukte. Veel te snel, de elite kwam in hevig verzet. In 1932 pleegde generaal Sanjurjo een poging tot staatsgreep die mislukte. Deze generaal gaan we later weer tegenkomen als een van de degenen die de opstand in 1936 initieerde. Overigens kreeg Sanjuro een wel heel boze brief van Franco over die poging tot staatsgreep; jawel, diezelfde die later de Spaanse Burgeroorlog leidde en als dictator aan de macht kwam. In 1933 moesten er nieuwe verkiezingen komen en dat resulteerde in een rechts conservatieve regering. Maar de onrust werd echter alleen maar groter. Nog meer kerken werden in brand gestoken, nog meer geestelijken verkracht, gemarteld en vermoord. Evenals landeigenaren die uit wraak gelynched werden. Politieke moorden waren aan de orde van de dag. De ene staking volgde de andere op. In 1934 verklaarde Catalonië zich onafhankelijk, voor de zoveelste keer en net als alle andere keren met harde hand door Madrid teruggefloten. Baskenland kreeg verregaande autonomie, had zelfs in 1935 een jaar zijn eigen geld. In 1934, brak er ook een staking uit onder mijnwerkers in de regio Asturië, aan de noordkust van Spanje. Die staking werd met harde hand gebroken, geregiseerd door, daar is hij weer, Franco. Aan het neerslaan van de staking deden ook slodaten uit Spaans Marokko mee, soldaten die in de uiteindelijke Spaanse Burgeroorlog een bepalend aandeel hadden in de overwinning van Franco. Dat breken van de staking kostte uiteindelijk rond de 1.600 mensen het leven. Spanje was bezig uit elkaar te vallen! Het verloop van de Spaanse Burgeroorlog En dus greep het leger in. De opstand werd geïnitieerd door twee mannen: ex- generaal Sanjurjo en generaal Mola (Sanjurjo kwam twee dagen na het uitbreken van de opstand om het leven bij een vliegtuigongeluk. Mola overkwam hetzelfde op 3 juni 1937). Alhoewel hij al wel betrokken was bij de voorbereidingen, werd Franco er later daadwerkelijk bij gehaald. Op het moment van de opstand was hij gouverneur-generaal op de Canarische Eilanden. Na ongeveer twee maanden ontwikkelde de opstand zich tot een ware burgeroorlog. Pas op dat moment werd Franco aangesteld als opperbevelhebber. Al in het beginstadium kreeg Franco militaire hulp van Duitsland en Italië. Zij zagen voordelen in die hulp, zoals een fascistisch Spanje. De regering daarentegen kreeg militaire hulp vanuit Rusland. Ook dat land zag voordelen, zoals een communistisch Spanje en wilde zijn inspanningen van de jaren er voor niet teloor laten gaan. Feitelijk zijn de genoemde landen in Spanje al aan het oefenen geweest voor de Tweede Wereldoorlog. Hierbij kun je denken aan het bombardement op het plaatsje Guernica door het Duitse Condorlegioen op 27 april 1937. Pablo Picasso maakte hier zijn wereldberoemde schilderij over. Wilde Mussolini graag meedoen met "grote broer" Duitsland, voor Duitsland zaten er economische en militaire redenen achter: Hitler werd betaald voor zijn hulp met o.a. ijzererts en andere materialen die Duitsland niet of nauwelijks zelf had. Zo kon men de oorlogsmachine verder en sneller opbouwen. Ook zou het wel prettig zijn als Spanje een bondgenoot zou worden voor de ophanden zijnde oorlog. Dat is niet helemaal gelukt, Spanje nam nooit deel aan de Tweede Wereldoorlog maar hielp wel, o.a. in de vorm van het openstellen van de havens voor Duitse schepen zodat deze bevoorraad konden worden. Dat concept staat bekend als nonbelligerent. De Spaanse Burgeroorlog en Nederland Ook Nederland raakte ongewild en onofficieel bij de burgeroorlog betrokken. Rond de 650 Nederlanders vertrokken naar Spanje om deel te nemen aan de Internationale Brigades die tegen de troepen van Franco vochten. Zij raakten hun Nederlanderschap kwijt, wat zo veel willen zeggen als paspoort inleveren, geen uitkering, geen stemrecht en een werkvergunning nodig. Niet dat er vanwege de wereldwijde crisis in die periode veel werk was, maar zij maakten zeker geen kans daar op. Die vrijwilligers waren met name afkomstig uit de communistische kringen, maar ook avonturiers en mensen die wilden ontsnappen aan de Nederlandse justitie besloten het er op te wagen. Overigens waren er ook vrijwilligers die de kant van Franco kozen, met name uit het zwaar katholieke Ierland. Laat het duidelijk zijn, niet alleen de troepen van Franco, maar ook de troepen aan de kant van de regering hebben zich allesbehalve netjes gedragen. Zo voerden beide kanten standrechtelijke executies uit en andere wandaden die tegenwoordig als oorlogsmisdaden worden beschouwd. Conflict communisten en anarchisten in Barcelona Een opvallende gebeurtenis speelde zich van 23 april tot 8 mei 1937 af in Barcelona. Alhoewel communisten en anarchisten aan de kant van de republiek vochten, speelde zich toen een soort burgeroorlog in een burgeroorlog af. Beide partijen raakten slaags met elkaar. Op zich ook weer niet zo vreemd. Beide ideologieën kennen immers een gelijkheidsbeginsel, maar er zijn ook fundamentele verschillen tussen die twee ideologieën. Zo vereist communisme een centraal gezag, binnen het anarchisme ontbreekt dit volledig. Beide partijen voerden feitelijk een machtsstrijd die toen in Barcelona tot uitbarsting kwam. Slag bij de Ebro De Slag bij de Ebro duurde van juli tot november 1938. Het inititiatief lag bij de republikeinen. De nationalisten waren er in geslaagd het republikeins gebied in tweeën te delen met een doorgang naar de Middellandse Zee. De bedoeling was om de twee gebieden weer op elkaar te laten aansluiten en zo de nationalisten de toegang tot de zee te ontnemen. Het eindigde in een zware nederlaag voor de republikeinen, zodanig dat ook de weg naar het noordelijk gelegen Barcelona nu open stond voor de troepen van Franco. Het was de uiteindelijke nekslag voor de republiek. In Catalonië komt een stroom vluchtelingen op gang die proberen naar Frankrijk te vluchten. Met name vrouwen en kinderen gaan te voet naar de grens, meestal met niets meer dan de kleren die ze aanhebben. Van degenen die dat lukt zijn er in Frankrijk nog steeds gebieden waar ze wonen. De internationale betrokkenheid en het gemis hier aan Je zou kunnen denken dat de Spaanse Burgeroorlog een lokaal Spaans gebeuren was. Niets is echter minder waar. Al enige maanden na het uitbreken van de opstand, besloten veel landen zich daar niet mee te bemoeien. Frankrijk koos in eerste instantie wel voor de republikeinse kant, maar trok die steun al snel weer in en sloot ook de grens met Spanje. Het Italië van Mussolini stelde zich afwachtend op, bang als men was voor een conflict met Frankrijk, maar na die Franse beslissing koos men toch voor de kant van Franco. Het niet zullen bemoeien met de gebeurtenissen in Spanje zorgde voor een non- interventiepact, geïnitieerd door Groot Britannie en Frankrijk. Dat werd ondertekend door ook Duitsland, Italië en Rusland. Niet dat die landen zich daar dan ook aan hielden, Duitsland en Italië stuurden van alles naar Spanje om Franco te helpen. Rusland deed datzelfde, maar dan als hulp aan de republiek. Stalin had immers al veel geïnvesteerd in een poging Spanje communistisch te krijgen en wilde dat niet vergeefs laten zijn. Duitsland had zo zijn eigen redenen. Vliegtuigen waren betrekkelijk nieuw wat oorlogsvoering betreft en Hermann Göring wilde wel eens weten wat vliegtuigen konden aanrichten. Hij stuurde dan ook bommenwerpers en jachtvliegtuigen, het Condor legioen, naar Spanje. Er werd druk geoefend met onder andere zogenaamd carpetbombing, dat wil zeggen, gooi zo veel mogelijk bommen om een zo groot mogelijk gebied volledig te verwoesten en kijk wat die terreur voor psychologisch gevolgen op de bevolking heeft. Ook werd er geëxperimenteerd met brandbommen, ook iets nieuws. Het plaatsje Guernika in Baskenland werd het bekendste voorbeeld van deze terreur, alhoewel het niet het eerste was. Pablo Picasso maakte van de gebeurtenis een wereldberoemd en groot schilderij over. Maar het non-interventiepact werkte dus niet, het bleek een papieren tijger te zijn. Wanneer Duitsland gevraagd werd naar de activiteiten in Spanje, werd dit gewoon glashard ontkend. In het Engelse lagerhuis werden er ook vragen over gesteld. Vragen waar geen reactie op kwam en die gewoon genegeerd werden. De afloop van de Spaanse Burgeroorlog Op 30 maart 1939 geeft Madrid zich als laatste over. De bewoners zijn murw geworden en de oorlog kan toch niet meer gewonnen worden.Op 1 april roept Franco de overwinning uit en begint de dictatuur van Franco. Spanje is niet langer een democratische republiek. Allerlei landen vallen over elkaar heen om die nieuwe regering te erkennnen. In Nederland circuleren al voor die tijd memo's om daar rekening mee te houden. Dat zal in andere landen niet anders zijn geweest. Franco ontvangt van het Vaticaan felicitaties met zijn overwinning. Het tijdperk-Franco Spanje vakantieland In de jaren 60 van de vorige eeuw werd Spanje een veelbezocht vakantieland. Tienduizenden, ook vanuit Nederland, trokken naar het land voor zon, zee en strand. Maar achter de facades van die schijnwereld waren drama's bezig waar de vakantiegangers geen weet van hadden of niet van wilden weten. De terreur van generaal Franco was in volle gang en werd angstvallig zo veel mogelijk verborgen gehouden. Het imago van een vriendelijk Spanje moest in stand gehouden worden. De werkelijkheid voor de Spanjaarden was echter heel anders. Concentratiekampen Al gedurende de Spaanse Burgeroorlog werden concentratiekampen aangelegd. Daar werden tegenstanders van Franco ondergebracht. De omstandigheden waren niet veel anders dan de (latere) concentratiekampen in nazi-Duitsland. Alhoewel er geen sprake was van massavernietiging, zijn er veel mensen omgekomen door uitputting, honger en de willekeur van kampbewakers. Er werd gemarteld en gemoord. In totaal waren er in 1938 al meer dan 190 van zulke kampen met in dat jaar al zo'n 170.000 gevangenen. Dat aantal liep eind 1939 op tot tussen de 367.000 en aan half miljoen. Na 1939 kwamen er nog een paar kampen bij. Het laatste kamp werd eind 50-er jaren gesloten. Dit had er alles mee te maken dat Franco het imago van zijn land wilde veranderen. Geroofde kinderen In de 36 jaar durende dictatuur werden in totaal zo'n 300.000 kinderen van linkse personen weggehaald bij hun ouders en tegen betaling ondergebracht bij meestal rijke Franco-gezinde families. Het netwerk van personen en organisatie die dit uitvoerden moet vele tienduizenden personen groot zijn geweest. Direct na afloop waren dat kinderen van vrouwen uit de gevangenissen. Later werd de ouders ook verteld dat de zoon of dochter kort na de geboorte overleden was. Hen werd dan verteld dat de baby al was begraven en de ouders blij mochten zijn dat ze de kosten daarvan niet hoefden te betalen. Als gevolg hiervan zijn ook de nodige geboortebewijzen vals. Het meesterbrein achter dit alles was psychiater Antonio Vallejo-Nájera, geboren in 1889 en de allereerste professor psychiatrie aan een Spaanse universiteit. Hij overleed in 1960 als een, zeker door Franco, geëerd man. Tussen 1965 en 1985 zijn veel Spaanse archieven vernietigd. Men wilde vermijden dat er na Franco's dood bezwarende documenten openbaar zouden worden. Pas in dat laatste jaar, 1985, besliste de regering dat er geen archieven meer vernietigd mochten worden. Het blijkt dat de handel in kinderen feitelijk is doorgegaan tot in de jaren 90 van de vorige eeuw. Dat stopte omdat de adoptiewetten strenger werden. Dat het nog zo lang kon doorgaan, kwam omdat het netwerk wat zich hiermee bezig hield nog steeds bestond en actief was en er nog steeds veel geld mee verdiend kon worden. Pas in de jaren 2000 begonnen de geruchten over gestolen kinderen aan te zwellen. Toch zou het nog tot 2012 duren voordat er actie kwam met de arrestatie van een non uit het netwerk. Uitroepen monarchie Al in 1947 roept Franco Spanje opnieuw uit tot monarchie. In de praktijk verandert er echter niets. Franco stelt geen koning aan, Spanje blijft gewoon een dictatuur onder Franco. Concordaat Vaticaan In 1953 sluit Franco een concordaat met de katholieke kerk. Men krijgt aantal zaken terug zoals belastingvoordelen en wettelijke macht.Later, in de 60 en 70er jaren, wordt dit steeds minder en verleent de kerk zelfs steun voor stakingen e.d. Opus Dei De katholieke organisatie Opus Dei krijgt zeggenschap op regeringsniveau waaronder posten op het Ministerie van Economisch Zaken. Luis Carrero Blanco Hij doet voor het parlement de uitspraak: "God schonk ons de onmetelijke gunst van een uitzonderlijk leider, een geschenk zoals je van de Voorzienigheid slechts om de drie of vier eeuwen mag verwachten." Carrero was in 1957 al minister geworden onder Franco en in 1967 vicepresident van de staatsraad. Zes maanden na zijn benoeming als premier komt hij om het leven bij een aanslag van de Baskische terreurbeweging ETA. Een 80 kilo zware bom wordt geplaatst onder de weg waar hij vaak langs rijdt. De explosie is zo krachtig dat de auto over een vier etages tellend gebouw wordt geslingerd. De twee andere inzittenden komen ook om het leven. Rellen, stakingen Begin jaren 60 begint de sociale onrust in Spanje. De gewone bevolking pikt het bewind van Franco niet langer. Er breken rellen en stakingen uit onder zowel studenten als arbeiders. Het begint met een staking van de circa 2.000 arbeiders bij de spoorwegwerkplaatsen in het Noord-Spaanse Beassain. Het is het begin van een jarenlange, bijna aaneenschakeling van stakingen die tot 1975 duurde. Ook studenten komen in verzet en staakten. Dat verzet breken was, in tegenstelling tot de stakingen van arbeiders, vrij eenvoudig. Arbeiders konden de economie schade toebrengen, van studenten had men daar weinig tot geen last van. In een toch redelijk aantal gevallen wordt er dan ook aan de arbeiders tegemoet gekomen of worden stakingen minder hard gebroken (minder hard betekende nog niet dat het met zachte hand gedaan werd en volledig tegemoet komen aan de eisen was ook nooit aan de orde). Van dictatuur naar parlementaire monarchie Op 20 november 1975 overlijdt Francisco Paulino Hermenegildo Teodulo Franco y Bahamonde Salgado Pardo, kortweg Francisco Franco y Bahamonde (in Spanje is het gebruikelijk om ook de achternaam van je moeder in je naam te zetten. In geval van Franco is dat dus Bahamonde). Hij wordt begraven in de Vallei der Gevallenen, een monument wat hij eerder liet bouwen circa 40 kilometer ten noorden van Madrid. In dit monument zijn ook ongeveer 46.000 personen begraven, dwangarbeiders, maar ook republikeinen waarvan kan worden aangetoond aangetoond dat ze katholiek waren. Met de bouw was begonnen in 1941 en het geheel kwam in 1959 gereed. Op 24 juni 2019 wordt Franco uit zijn mausoleum gehaald en naast zijn vrouw herbegraven op de begraafplaats Mingorrubi. Dat is zeker niet zonder slag of stoot gegaan door tegenstand van de aanhangers van de dictator. Twee dagen na het overlijden van Franco wordt Spanje weer officieus een monarchie: de kleinzoon van koning Alfonso XIII, Juan Carlos I, bestijgt de troon. Alhoewel deze een trouw aanhanger is van Franco en diens bewind, neigt hij al snel naar herstel van de democratie. Onder grote nationale en internationale druk wordt voorkomen dat Spanje opnieuw een dictatuur zal worden. De economische belangen spelen hierbij vanzelfsprekend een grote rol, alsmede de tegenstand vanuit de Spaanse maatschappij. Een dictatuur is in deze moderne tijd niet meer te verkopen, zo is de mening in hoge kringen in Spanje. Pas op 29 december 1978 verandert Spanje officieel in een constitutionele monarchie. Spanje na Franco Amnestiewet In 1977 wordt een amnestiewet aangenomen. De wet moet voorkomen dat personen uit de tijd van Franco vervolgd kunnen worden. Het is alleszins aannemelijk dat de eerste ideeën en ontwerpen al voor 1975 zijn bedacht. Veel personen uit die tijd waren in dat jaar en daarna nog steeds actief in politieke kringen en het tot stand komen van een democratie mocht er natuurlijk niet toe leiden dat men alsnog zou worden aangeklaagd, laat staan veroordeeld. Poging tot staatsgreep Op 23 januari 1981 werd er wederom een poging tot staatsgreep gedaan in Spanje. Voormalig luitenant-kolonel Antonio Tejero stond samen met tweehonderd aanhangers, zwaaiend met een pistool in het parlement. Er werd ook daadwerkelijk geschoten, zij het als waarschuwing en intimidatie en niet gericht op personen. Ook in 1978 had hij al een mislukte poging gedaan. Koning Juan Carlos hield echter zijn poot stijf en gaf een ferme televisietoespraak. In het uniform van opperbevelhebber beval hij de militairen terug te gaan naar hun kazernes en de staatsgreep mislukte. Spanje wordt lid van de NAVO Tijdens het bewind van Franco worden er pogingen ondernomen om Spanje lid van de NAVO te laten worden. De weerstand hiertegen is groot binnen de bondgenoten. Natuurlijk ligt Spanje aan de poort van de Middellandse Zee, maar omdat Groot Brittannië al de baas is in Gibraltar, wordt het niet als noodzaak gezien dat Spanje lid zou moeten worden. Ook het feit dat Spanje nog steeds een dictatuur is, speelt een belangrijke rol.In 1982 wordt Spanje alsnog toegelaten tot de NAVO. Laatste standbeeld Franco In 2005 wordt, dertig jaar na zijn overlijden, wordt op het vaste land het laatste standbeeld van Franco in Madrid verwijderd. Het zal nog tot 2009 duren dat het allerlaatste standbeeld wordt verwijderd in de Spaanse stad Melilla, een enclave bij Marokko. Wet op de Historische Herinnering In 2007 word de "wet op historische herinnering" aangenomen. Vanaf nu kunnen slachtoffers van het Franco-bewind aanspraak maken op erkenning en compensatie. Daarnaast kan nu uitgebreid onderzoek worden gedaan naar nabestaanden van slachtoffers en zij informatie kunnen krijgen over de laatste rustplaats van hun geliefden en familie. Ook wil men een einde maken aan de verheerlijking van franquistische helden. Straatnamen worden veranderd en andere openbare uitingen worden verboden. In veel kerken hangt nog steeds het embleem van de Falange (de fascistische partij), een bundel pijlen. Wil een kerk zijn subsidie behouden, moet men dit verwijderen. In Madrid geven conservatieve partijen in het gemeentebestuur flink tegengas wanneer het gaat om het veranderen van straatnamen. 6 jaar durende poging iemand voor het gerecht te krijgen In 2012 wordt een poging ondernomen om toch iemand te vervolgen die tijdens het bewind van Franco mensen had laten martelen, vermoorden en verdwijnen: Juan Antonio González Pacheco alias Billy el Niño (Billy the Kid). Aangezien het aanklagen in Spanje niet mogelijk is, probeert men het via internationaal recht vanuit Argentinië. Medewerking vanuit Spanje is er niet en Spanje dreigt zelfs de diplomatieke banden met Argentinië te verbreken als men zou doorgaan. Men gaat ook zo ver om een videoconferentie met een rechter in Argentinië te blokkeren. Na zes jaren ploeteren heeft men het voor nu opgegeven. Van deze poging is een indrukwekkende documentaire gemaakt die in 2018 uitkwam: El Silencio de Otros (The Silence of Others). Mijn onderzoek in Spanje In 2016 ben ik voor onderzoek naar Spanje geweest, o.a. om het gebied te bezoeken waar zich het avontuur van mijn grootvader heeft afgespeeld. Maar ook om een beeld te krijgen van de huidige situatie. Onder het knopje Mijn acitiviteiten vindt je een verslag van dat bezoek. Een paar indrukken zijn als volgt. Spanje is nog steeds verdeeld in twee groepen: pro- en contra-Franco. In cafés in kleine plaatsjes zoals Pendreña, aan de andere kant van de baai van Santander, hangen portretten van Franco en Primo de Rivera (leider van de Falange, de fascistische partij) nog steeds broederlijk naast elkaar aan de muur. Ook werd tot tweemaal toe een afspraak met een ouder iemand afgezegd. Uit angst, zo werd verteld. De impuls om op te passen met wie je over het Franco- tijdperk praat, is nog steeds aanwezig, bijna een geconditioneerde reflex. Op een bankje in de bovenstad van Santander zitten een moeder en een dochter uit te rusten, een prima gelegenheid om een spontaan gesprek te beginnen. Moeder van ruim negentig jaar oud weet te vertellen dat zij als 10-jarig meisje de intocht van de de Italianen heeft meegemaakt in 1937. Als dank heeft men een monument vlakbij geplaatst ter ere van de "bevrijders". Zowel zij als haar dochter weten te vertellen dat al dat graven in het verleden maar eens afgelopen moet zijn. Ik vraag waarom dat monument er dan nog staat. Het gesprek is abrupt voorbij, verkeerde vraag blijkbaar (het monument werd in 2017 daadwerkelijk verwijderd. Op mijn vraag aan de gemeente waar het is gebleven, kreeg ik als antwoord dat ik dat niet hoefde te weten). Op een terrasje in een klein plaatsje vlakbij Bilbao, Baskenland, wordt mij in 2016 door mijn gastheer verteld dat het niet verstandig is om de naam Franco hier te hard uit te spreken. Ook foto's nemen wordt hier niet op prijs gesteld. Sterker nog, hij vertelt mij dat wanneer hij nu zou opstaan en roepen dat "we naar Madrid gaan om de boel op te blazen", hij direct samen met veertig of vijftig mensen die reis daadwerkelijk zou ondernemen. Alhoewel de ETA de gewapende strijd heeft opgegeven, leven dergelijk gevoelens in Baskenland nog steeds volop. Het terras waar we zitten blijkt een voormalige vergaderplek van diezelfde ETA te zijn. Wil je het verslag lezen van Mijn Reis naar de Spaanse Burgeroorlog lezen, klik dan hier (kijk even in je download map als je hem hier niet in beeld krijgt). Heden - de stand van zaken Spanje is op dit moment nog steeds tot op het bot verdeeld, een verdeeldheid die nog zeker enige generaties zal aanhouden, als het al ooit tot eenheid zal kunnen komen. Wanneer je in Spanje met mensen wilt praten over Franco en de Spaanse Burgeroorlog, krijg je vrijwel zeker de vraag aan welke kant jij staat. Is dat het verkeerde antwoord, is het gesprek meestal afgelopen. Ook kan het gebeuren dat je snel de benen moet nemen om begrijpelijke redenen. Het gebeurt dus ook dat afspraken met oudere personen op het laatste moment worden afgezegd uit angst om te praten. Die impuls stamt nog uit de tijd dat het gevaarlijk was om te praten: kijk uit met wie je, waar over praat. Maar er is inmiddels ook een derde groep aan het ontstaan: jongeren die het allemaal wel geloven en vinden dat het iets uit het verleden is, wat daar maar moet blijven. Eind 2019 gaat Spanje voor de vierde keer in vier jaar naar de stembus. Het eerder samenstellen van coalities mislukt steeds. Deze keer echter lukt het wel om een regering te vormen en de PSOE en Podemos worden de twee belangrijkste partijen. Premier Sanchez krijgt het voor elkaar om enkele belangrijke zaken uit het Franco- verleden tot regeerakkoord te maken. Hij belooft dat hij de weg van 'herstel, gerechtigheid en herdenking voor de slachtoffers van het Franquisme' zal voortzetten. Ook wordt 31 oktober tot 'herdenkingsdag voor alle slachtoffers van het regime van Franco'. Verder zal er werk van gemaakt worden om alle geroofde eigendommen tijdens het bewind van Franco aan de rechthebbende eigenaren terug te geven. Er wordt al veel werk verzet in het opgraven en identificeren van slachtoffers. Dit zal verder worden geïntensiveerd. Datzelfde geldt ook voor het vervangen van straatnamen en andere verwijzingen, iets waar bepaalde en voorspelde partijen zich met hand en tand tegen blijven verzetten. De wens voor onafhankelijkheid blijft ook nog steeds spelen, met name in de regio's Catalonië, Baskenland en Galicië. Recent in 2017 riep Catalonië nog tevergeefs de onafhankelijkheid uit. De vijfde keer in drie eeuwen en wederom met als resultaat dat Madrid hard ingreep en president Puigdemont de wijk nam naar België om arrestatie te voorkomen. Niet verwonderlijk: als de Catalanen succes zouden hebben met hun onafhankelijkheid, zouden Baskenland en Galicië binnen de kortste keren ook (weer) een poging doen. Spanje mag dan misschien geografisch één land zijn, in de praktijk is het dat zeker niet. Het is een totaal van allerlei culturen, gewoontes en soms zelfs een volledig ander taal. Het Baskisch is daar een treffend voorbeeld van. De taal lijkt zelfs op geen andere taal op de wereld. De herkomst er van wordt toegeschreven aan een uitgestorven middeleeuwse taal, het Aquitaans. Het Baskisch wordt op dit moment niet meer door iedereen in Baskenland gesproken. Het werd, evenals het Catalaans en andere talen, tijdens het bewind van Franco verboden. Op scholen kregen kinderen instructies dat als ze de taal thuis hoorden spreken, zij dit moesten melden, met alle voorspelbare gevolgen van dien. Spanje is positief veranderd sinds de tijd van Franco. Toch klinken de echo's van toen nog steeds door of spelen er dingen die nog alles te maken hebben met het Franco-tijdperk. Iets waar Spanje nog generaties lang mee te maken zal krijgen.
De Spaanse Burgeroorlog
Generaal Franco
Koning Alfonso XIII
José Sanjurjo
Emilio Mola
Embleem Nationale Brigades
Gernika door Pablo Picasso
Mausoleum Franco
Laatste standbeeld Franco wordt verwijderd
Billy El Niño