De Spaanse Burgeroorlog (1936-39)
Je bent bezoeker
© Cor Faber en Ellen Bijma Laatste onderhoud website januari 2023
Deel 4: Spanje na Franco Amnestiewet In 1977 wordt een amnestiewet aangenomen. De wet moet voorkomen dat personen uit de tijd van Franco vervolgd kunnen worden. Het is alleszins aannemelijk dat de eerste ideeën en ontwerpen al voor 1975 zijn bedacht. Veel personen uit die tijd waren in dat jaar en daarna nog steeds actief in politieke kringen en het tot stand komen van een democratie mocht er natuurlijk niet toe leiden dat men alsnog zou worden aangeklaagd, laat staan veroordeeld. Poging tot staatsgreep Op 23 januari 1981 werd er wederom een poging tot staatsgreep gedaan in Spanje. Voormalig luitenant-kolonel Antonio Tejero stond samen met tweehonderd aanhangers, zwaaiend met een pistool in het parlement. Er werd ook daadwerkelijk geschoten, zij het als waarschuwing en intimidatie en niet gericht op personen. Ook in 1978 had hij al een mislukte poging gedaan. Koning Juan Carlos hield echter zijn poot stijf en gaf een ferme televisietoespraak. In het uniform van opperbevelhebber beval hij de militairen terug te gaan naar hun kazernes en de staatsgreep mislukte. Spanje wordt lid van de NAVO Tijdens het bewind van Franco worden er pogingen ondernomen om Spanje lid van de NAVO te laten worden. De weerstand hiertegen is groot binnen de bondgenoten. Natuurlijk ligt Spanje aan de poort van de Middellandse Zee, maar omdat Groot Brittannië al de baas is in Gibraltar, wordt het niet als noodzaak gezien dat Spanje lid zou moeten worden. Ook het feit dat Spanje nog steeds een dictatuur is, speelt een belangrijke rol.In 1982 wordt Spanje alsnog toegelaten tot de NAVO. Laatste standbeeld Franco In 2005 wordt, dertig jaar na zijn overlijden, wordt op het vaste land het laatste standbeeld van Franco in Madrid verwijderd. Het zal nog tot 2009 duren dat het allerlaatste standbeeld wordt verwijderd in de Spaanse stad Melilla, een enclave bij Marokko. Wet op de Historische Herinnering In 2007 word de "wet op historische herinnering" aangenomen. Vanaf nu kunnen slachtoffers van het Franco-bewind aanspraak maken op erkenning en compensatie. Daarnaast kan nu uitgebreid onderzoek worden gedaan naar nabestaanden van slachtoffers en zij informatie kunnen krijgen over de laatste rustplaats van hun geliefden en familie. Ook wil men een einde maken aan de verheerlijking van franquistische helden. Straatnamen worden veranderd en andere openbare uitingen worden verboden. In veel kerken hangt nog steeds het embleem van de Falange (de fascistische partij), een bundel pijlen. Wil een kerk zijn subsidie behouden, moet men dit verwijderen. In Madrid geven conservatieve partijen in het gemeentebestuur flink tegengas wanneer het gaat om het veranderen van straatnamen. 6 jaar durende poging iemand voor het gerecht te krijgen In 2012 wordt een poging ondernomen om toch iemand te vervolgen die tijdens het bewind van Franco mensen had laten martelen, vermoorden en verdwijnen: Juan Antonio González Pacheco alias Billy el Niño (Billy the Kid). Aangezien het aanklagen in Spanje niet mogelijk is, probeert men het via internationaal recht vanuit Argentinië. Medewerking vanuit Spanje is er niet en Spanje dreigt zelfs de diplomatieke banden met Argentinië te verbreken als men zou doorgaan. Men gaat ook zo ver om een videoconferentie met een rechter in Argentinië te blokkeren. Na zes jaren ploeteren heeft men het voor nu opgegeven. Van deze poging is een indrukwekkende documentaire gemaakt die in 2018 uitkwam: El Silencio de Otros (The Silence of Others). Mijn onderzoek in Spanje In 2016 ben ik voor onderzoek naar Spanje geweest, o.a. om het gebied te bezoeken waar zich het avontuur van mijn grootvader heeft afgespeeld. Maar ook om een beeld te krijgen van de huidige situatie. Klik even hier . om dat te lezen. Een paar indrukken zijn als volgt. Spanje is nog steeds verdeeld in twee groepen: pro- en contra-Franco. In cafés in kleine plaatsjes zoals Pendreña, aan de andere kant van de baai van Santander, hangen portretten van Franco en Primo de Rivera (leider van de Falange, de fascistische partij) nog steeds broederlijk naast elkaar aan de muur. Ook werd tot tweemaal toe een afspraak met een ouder iemand afgezegd. Uit angst, zo werd verteld. De impuls om op te passen met wie je over het Franco- tijdperk praat, is nog steeds aanwezig, bijna een geconditioneerde reflex. Op een bankje in de bovenstad van Santander zitten een moeder en een dochter uit te rusten, een prima gelegenheid om een spontaan gesprek te beginnen. Moeder van ruim negentig jaar oud weet te vertellen dat zij als 10-jarig meisje de intocht van de de Italianen heeft meegemaakt in 1937. Als dank heeft men een monument vlakbij geplaatst ter ere van de "bevrijders". Zowel zij als haar dochter weten te vertellen dat al dat graven in het verleden maar eens afgelopen moet zijn. Ik vraag waarom dat monument er dan nog staat. Het gesprek is abrupt voorbij, verkeerde vraag blijkbaar (het monument werd in 2017 daadwerkelijk verwijderd. Op mijn vraag aan de gemeente waar het is gebleven, kreeg ik als antwoord dat ik dat niet hoefde te weten). Op een terrasje in een klein plaatsje vlakbij Bilbao, Baskenland, wordt mij in 2016 door mijn gastheer verteld dat het niet verstandig is om de naam Franco hier te hard uit te spreken. Ook foto's nemen wordt hier niet op prijs gesteld. Sterker nog, hij vertelt mij dat wanneer hij nu zou opstaan en roepen dat "we naar Madrid gaan om de boel op te blazen", hij direct samen met veertig of vijftig mensen die reis daadwerkelijk zou ondernemen. Alhoewel de ETA de gewapende strijd heeft opgegeven, leven dergelijk gevoelens in Baskenland nog steeds volop. Het terras waar we zitten blijkt een voormalige vergaderplek van diezelfde ETA te zijn. Wil je het verslag lezen van Mijn Reis naar de Spaanse Burgeroorlog lezen, klik dan hier (kijk even in je download map als je hem hier niet in beeld krijgt). Heden - de stand van zaken Spanje is op dit moment nog steeds tot op het bot verdeeld, een verdeeldheid die nog zeker enige generaties zal aanhouden, als het al ooit tot eenheid zal kunnen komen. Wanneer je in Spanje met mensen wilt praten over Franco en de Spaanse Burgeroorlog, krijg je vrijwel zeker de vraag aan welke kant jij staat. Is dat het verkeerde antwoord, is het gesprek meestal afgelopen. Ook kan het gebeuren dat je snel de benen moet nemen om begrijpelijke redenen. Het gebeurt dus ook dat afspraken met oudere personen op het laatste moment worden afgezegd uit angst om te praten. Die impuls stamt nog uit de tijd dat het gevaarlijk was om te praten: kijk uit met wie je, waar over praat. Maar er is inmiddels ook een derde groep aan het ontstaan: jongeren die het allemaal wel geloven en vinden dat het iets uit het verleden is, wat daar maar moet blijven. Eind 2019 gaat Spanje voor de vierde keer in vier jaar naar de stembus. Het eerder samenstellen van coalities mislukt steeds. Deze keer echter lukt het wel om een regering te vormen en de PSOE en Podemos worden de twee belangrijkste partijen. Premier Sanchez krijgt het voor elkaar om enkele belangrijke zaken uit het Franco- verleden tot regeerakkoord te maken. Hij belooft dat hij de weg van 'herstel, gerechtigheid en herdenking voor de slachtoffers van het Franquisme' zal voortzetten. Ook wordt 31 oktober tot 'herdenkingsdag voor alle slachtoffers van het regime van Franco'. Verder zal er werk van gemaakt worden om alle geroofde eigendommen tijdens het bewind van Franco aan de rechthebbende eigenaren terug te geven. Er wordt al veel werk verzet in het opgraven en identificeren van slachtoffers. Dit zal verder worden geïntensiveerd. Datzelfde geldt ook voor het vervangen van straatnamen en andere verwijzingen, iets waar bepaalde en voorspelde partijen zich met hand en tand tegen blijven verzetten. De wens voor onafhankelijkheid blijft ook nog steeds spelen, met name in de regio's Catalonië, Baskenland en Galicië. Recent in 2017 riep Catalonië nog tevergeefs de onafhankelijkheid uit. De vijfde keer in drie eeuwen en wederom met als resultaat dat Madrid hard ingreep en president Puigdemont de wijk nam naar België om arrestatie te voorkomen. Niet verwonderlijk: als de Catalanen succes zouden hebben met hun onafhankelijkheid, zouden Baskenland en Galicië binnen de kortste keren ook (weer) een poging doen. Spanje mag dan misschien geografisch één land zijn, in de praktijk is het dat zeker niet. Het is een totaal van allerlei culturen, gewoontes en soms zelfs een volledig ander taal. Het Baskisch is daar een treffend voorbeeld van. De taal lijkt zelfs op geen andere taal op de wereld. De herkomst er van wordt toegeschreven aan een uitgestorven middeleeuwse taal, het Aquitaans. Het Baskisch wordt op dit moment niet meer door iedereen in Baskenland gesproken. Het werd, evenals het Catalaans en andere talen, tijdens het bewind van Franco verboden. Op scholen kregen kinderen instructies dat als ze de taal thuis hoorden spreken, zij dit moesten melden, met alle voorspelbare gevolgen van dien. Spanje is positief veranderd sinds de tijd van Franco. Toch klinken de echo's van toen nog steeds door of spelen er dingen die nog alles te maken hebben met het Franco-tijdperk. Iets waar Spanje nog generaties lang mee te maken zal krijgen.
Laatste standbeeld van Franco wordt verwijderd
Billy El Niño